bron: http://www.infoworld.nl 2005/01/18.
Het Amsterdamse gajes krijgt het dit jaar aanzienlijk moeilijker.
Datamining moet de politie in de hoofdstad namelijk helpen bij het
opsporen van criminelen en het voorkomen van misdrijven. Op het
hoofdbureau van de Amsterdamse politie is men daarom druk bezig met het
inrichten van een tiental nieuwe datamining-werkplekken.
Op die werkplekken zullen analisten straks
achter een scherm onderzoek kunnen doen naar voor hun belangrijke vragen. Op
dit moment worden binnen elk district en binnen elke dienst een paar mensen
getraind om te leren werken met de DataDetective-tools
van Sentient.
Daarmee kunnen allerlei patronen en verbanden in de databestanden
van de politie worden ontdekt. Antwoorden hebben de vorm van
statistieken, van mooie overzichtsfoto's met daarop de criminele 'hotspots' en
van 'filmpjes' die laten zien hoe deze patronen veranderen in de tijd.
Vooralsnog
moet men het doen met de dagrapporten en processen verbaal van de afgelopen zes
jaar, gekoppeld met de weerberichten, sociodemografische
informatie (zoals de woningdichtheid) en de gegevens van de slachtoffers en de
verdachten. De uitkomsten worden echter pas echt interessant als
deze informatie ook wordt gecombineerd met die van andere instellingen en
andere bronnen.
Naast
koppelingen met de vreemdelingenadministratie, het bevolkingsregister en de
belastingdienst, moet men bijvoorbeeld ook denken aan informatie over het
verkeer, de televisieprogrammering en ongebruikelijke (financiële) transacties.
Volgens
Rob van der Veer, directeur van Sentient, is het niet alleen lastig om dynamische gegevens permanent in de analysetools op te
nemen. Nog moeilijker is het om andere houders van
informatie zover te krijgen deze te delen. Zij zijn niet alleen bang dat
anderen ermee aan de haal gaan, maar vinden het ook heel bedreigend om een kijkje in hun keuken te geven. Wel zijn onlangs in
het Convenant Vrijplaatsen met de Belastingdienst ook afspraken gemaakt om de uitwisseling van gegevens te versoepelen.
Literatuur
en boerenverstand
Tijdens
de proeven die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd is bijvoorbeeld een keer een
bestand met verslavingsgegevens van de GG & GD gebruikt. Daaruit
bleek dat heroïneverslaafden in het algemeen niet betrokken zijn bij geweld.
Dit in tegenstelling tot cocaïneverslaafden. Dit belangrijke verschil zou
kunnen worden veroorzaakt door eigenschappen van de drugs zelf, maar
bijvoorbeeld ook doordat de lichamelijke conditie van heroïneverslaafden veel
slechter is.
Het
duiden van dergelijke uitkomsten zal de belangrijkste taak worden van Willem
van Es. Zijn achtergrond in de sociale geografie en stadssociologie komt
duidelijk terug in de manier waarop hij met de datamining gereedschappen
omgaat. "Ik weet niets van technologie; dat is iets voor de nieuwe
technisch manager. Ik weet wel veel van de sociologie achter
criminaliteit. Mijn werk is te controleren of
theorie en praktijk wel bij elkaar aansluiten. De uitkomsten van het systeem
moeten nog getoetst worden aan zowel het gezonde boerenverstand als de wetenschappelijke literatuur. Daarnaast zul je ook in
de wijk zelf moeten gaan kijken, om te zien, te voelen
en te proeven. Achter herhaaldelijke klachten van een
winkeliersvereniging kunnen immers ook politieke motieven schuilen."
Veelplegers
en wapenbezit
De
experimenten met het datamining systeem hebben de afgelopen jaren al een aantal
interessante zaken opgeleverd. Zo dacht men dat de toenemende criminaliteit in
Amsterdam-Noord werd veroorzaakt door mensen die met de stadsvernieuwing uit de
Bijlmer waren verhuist. Uit analyse bleek echter dat de daders
uit hele andere omgevingen kwamen.
Daarnaast heeft men onderzoek gedaan naar veelplegers.
"Daaruit bleek dat de criminaliteit in de binnenstad vooral wordt
veroorzaakt door bij de politie bekende junks, die met name actief zijn rondom
het Centraal Station en De Waag. De criminaliteit op de
grachten net buiten de Singel blijkt vooral te worden veroorzaakt door
jeugdigen."
Tenslotte wordt het datamining systeem ook gebruikt bij de
periodieke rapportages over wapenbezit. "Belangrijke vraag daarbij
is hoe effectief preventief fouilleren is bij het terugdringen van het aantal
wapens op straat. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat mensen
hun wapens nu liever thuislaten." Op deze manier kunnen de analyses
ook worden gebruikt om te bepalen waar en wanneer politiemensen
het meest effectief kunnen worden ingezet.
Statussymbolen
Van
der Veer heeft nog twee andere voorbeelden van de inzet van DataDetective. "Zo kun je onderzoek doen naar drugsgerelateerde
geweldsdelicten en de invloed daarvan op kleinere criminelen. Gaat het aantal drugsdelicten inderdaad omlaag? Of worden de kleinere door de grotere onder druk gezet om zich
gedeisd te houden zodat de politie wegblijft?"
"En toen de politie een paar jaar geleden het aantal
straatroven niet naar beneden kreeg, heeft men nog eens beter naar de
beschikbare gegevens gekeken. Daaruit bleek dat het aantal
straatroven weldegelijk was verminderd, maar dat het aantal diefstallen van
gsm-telefoons was gestegen. Daarop zorgde de politie ervoor vaker aanwezig te zijn op de specifieke plekken rond de metrostations waar
bepaalde groepen zich met deze criminaliteit bezighielden. Bovendien begon men
toen met de sms-bombardementen."
Voor
Van Es is zo'n stijging van het aantal diefstallen van GSM en PDA toestellen
reden om de literatuur in te duiken. "Als je tot
een bepaalde maatschappelijke klasse behoort, heb je een aantal symbolen nodig
om je status kenbaar te maken. Anders hoor je er niet bij.
Dan wordt je op school bijvoorbeeld voor gek verklaard.
Kun je een belangrijk statussymbool niet betalen, dan zal je 'm wellicht
jatten. Als een bepaald item populair wordt, zien we
de bijbehorende criminaliteitscijfers dan ook stijgen."
Voorkomen
Vanaf dit jaar moeten de datamining-tools de politie niet alleen
helpen bij het oplossen van misdrijven, maar ook bij het voorkomen daarvan en
het effectiever inzetten van personeel. Volgens Ben van Scheppingen,
werkzaam op de afdeling ICT Research, is men bij de politie nog teveel gefocust
op het pakken van de daders. Van Es is het met hem eens. "Het is de taak
van de politie om criminaliteit te voorkomen. Voorlichting is daar bijvoorbeeld
een belangrijk onderdeel van. Bovendien is opsporen duur, en voorkomen heel
goedkoop."
Met de
huidige vraaggeoriënteerde insteek loopt Van Es wel het risico te blijven steken in vooral de analytische toepassing van de
nieuwe tools. De criminele analisten zullen immers vooral met hun eigen specifieke problemen en opdrachten bezig zijn. En dat
terwijl de meerwaarde van datamining 'm juist zit in het ontdekken van
verborgen verbanden en patronen. Van Es wil de kennis die hij opdoet echter ook
op strategisch niveau inbrengen in het managementoverleg. "Dat past
bovendien in het beleid van de korpsleiding, dat meer
wil doen aan informatie-gestuurde opsporing." In eerste instantie moet de
nieuwe kennis onderdeel worden van de eigen processen.
Zo kunnen aangiften worden gescand op de
Samenwerking
Hoewel
er overeenkomsten zijn met diverse organisaties, is de samenwerking door personeelswisselingen
wat stilgevallen. Op dit moment werkt de datamining club alleen nog maar samen
met de Britse politie. Eerder in de testfase deed men dat ook met de NRI (de
Dienst Nationale Recherche Informatie, voorheen de Centrale Recherche
Informatiedienst, CRI), het KLPD (Korps Landelijke Politiediensten) en de
Katholieke Universiteit in
Afgesproken
is dat het KLPD zich vooral zal bezighouden met textmining, terwijl de NRI zich
meer op het grensvlak van sociaal-geografische
dataming en psychologische daderprofilering zal richten. Volgens Van
Scheppingen was het destijds ook de bedoeling om samen
te werken met andere politieregio's. Van Es benadrukt echter
dat dit alles in een later stadium weer zal worden opgepakt en verder worden
geïntensiveerd.
Aad Offerman
17 januari 2005